11 februari 2010

Madame Danchantée

'Vandaag leek op het eerste zicht een alledaagse dag te worden, met de nodige kommer en kwel en heel wat kilometers voor de boeg. Het begon tijd te worden dat ik eens een wegwijzer zou tegenkomen, bedacht ik me na mijn ontbijt: twee sneetjes uit het onderste van mijn broodzak besmeerd met tot confituur gestampte braambessen en een mok hete chocomelk, opgewarmd in een heetwaterbron. Spijtig dat een opwarmfunctie nog niet in een laptop verwerkt zit. En ermee bellen kan je ook al niet. Zoals ik al vermoedde en zoals mijn verrekijker me bevestigde, was er in de verste verte geen wegwijzer te bekennen en in de nabije omgeving ook al niet. Nu ja, ik wist toch niet waar ik precies heen wou, dus zoveel maakte het nog niet uit. 

Toen het tegen de avond begon aan te lopen, ving ik plotseling een zacht, melodisch geluid op. Muziek, dat wist ik meteen. Zo te horen was het een modern liedje met een stevig ritme en een vrouwelijke zangeres. Ik was nog niet helemaal uitgeluisterd, toen het liedje begon uit te faden en een ander liedje infadede. Tussen mijn gedachten door was ik al een eindje in de richting van de bron van het geluid gewandeld. Even later stond ik er vlakbij; de muziek stond niet loeihard, maar wel luid genoeg. Ik kwam, net zoals een paar dagen geleden, alweer bij een laar, maar deze keer groter van vorm, waardoor de plek een meer open gevoel gaf dan de vorige. Want tenslotte zit je nog steeds ingesloten tussen een tralie van stammen. Op 't laar waren talrijke mensen aan het dansen. Wat me niet meteen opviel, maar even later wel mijn bovenkamer kwam binnengeseind, was het feit dat ze niet zomaar in het wilde weg dansten, maar met gecontroleerde en sierlijke bewegingen, alsof de zwaartekracht alleen in theorie bestond. En wat als tweede mijn bovenkamer binnenstormde, was de aanblik van hun gelaat dat baadde in het zweet, althans bij sommige dansers. Als laatste zag ik tussen al deze mensen de danslerares, stokoud en elkeen wijzend op zijn of haar houding.

Ik stapte op haar af, na enige vertwijfeling, en vroeg haar wat dit schouwspel te midden van de natuur te betekenen had, hoewel ik het, dacht ik, al wist:

 Madame Danchantée (kwiek)
'Dit is een dansles.'

Ik (volkomen nutteloos)
'Ach zo, ik zie het.'

'Daarnet niet dan?
(stamelend)
'Jawel, jawel, natuurlijk, maar ik was niet zeker.'

'En nu ben je wel zeker, omdat ik het je vertel,
hoewel je me niet kent en geen reden hebt
me te vertrouwen?'

Ik was duidelijk nog steeds niet erg bedreven in het ontmoeten, het was tenslotte nog maar mijn derde keer. Maar derde keer is scheepsrecht, dus ik zei:

'Het is duidelijk dat u me niet gelooft 
en dat u iets achter de kiezen houdt. Ik vertrouw je, 
omdat ik nu eenmaal weinig andere keuzes heb. 
Vertrouwen behoeft geen basis, denk ik. Dus ik vertrouw 
er nu dan ook op dat u weldra uw mond zal opendoen
en dat u me zal tonen wat u verborgen houdt.

'Zeg maar gerust 'je', meneer ... ?'

'M. Altevree.

'M. Altevree. Omdat ik je antwoord wel kan smaken,
zal ik je wegwijs maken in wat ik nog niet gezegd heb
en zelf ook nooit zal zeggen. Maar dat zal je niet
verhinderen te ontdekken wat hier gaande is.'

(ze wees naar de dansparen; want iedereen danste in paren, 
merkte ik toen op)

'Deze mensen zijn je daarin trouwens aan het voorgaan 
of reeds voorgegaan.'

Daarop dartelde ze weg en ik wandelde haar achterna, waarop ze me tegenhield, zei dat ik haar niet moest (maar dus wel mocht?) volgen en ik eraan moest beginnen. Maar aan wat, dat was de vraag. 

Een minuut later stond ik op de dansvloer te zoeken naar een danspartner. Nog een minuut later legde ik mijn handen op haar zij. Hoewel de muziek modern was, danste iedereen eerder klassiek, maar verre van stijf. De stijl was me niet onbekend of onbemind, het begrip sterdanser daarentegen wel. Vooral de voetbewegingen baarden me zorgen en zeker het toekomstbeeld van de struikelende ik. Ik keek naar beneden. Meteen voelde ik een hand me aanraken onder mijn kin en in mijn rug. 'Hoofd omhoog, jong persoon', hoorde ik haar zeggen en meteen erna waren de handen weg. Ik keek recht in de ogen van mijn danspartner. Lichtgroen met wijde pupillen en volle wimpers. Ik kreeg het er warm van. Plots hoorde ik een dof geluid en toen ik mijn ogen terug opende lagen we allebei op de grond. Nu ja, ik op haar en zei op de grond. Meteen weer de handen die me aanmaanden recht te staan en vervolgens de woorden 'Hoofd omhoog, jong persoon'. Mijn danspartner wachtte tot ik de leiding zou nemen. Ze zei niets, maar vond het duidelijk een amusant gebeuren. Ik nam haar middel vast en zette aan. 

Het volgende liedje dat begon was erg opzwepend. Rokken vlogen omhoog door de hevige bewegingen en dansen werd millimeterwerk om niet in botsing te komen met iemand anders of met de grond, dat was alleszins het geval voor mij. Ik kreeg het benauwd. Even kon ik in de ogen van mijn danspartner mijn gezicht weerkaatst zien. Druipend van het zweet. Een eskimo in de woestijn was er niets tegen. Ik wou even aan de kant gaan en het lag op mijn tong haar dit te vertellen, toen de woorden door mijn hoofd schoten: 'hoofd omhoog, jong persoon.' En ik danste verder.

Na afloop van de dansles, liep ik op haar af:

'Hoeveel ben ik je verschuldigd voor deze les?'
 
'Jij hebt al het werk geleverd.
Je was je eigen choreograaf, dus waarom
zou je dan iets moeten betalen?'

'Omdat jij ook gewerkt hebt.'

'Dit is geen werk, jong persoon.
Het is wat het is, meer niet.'

De mensen zeiden tot ziens, maar niet vaarwel en gingen uit elkaar. Zo ook ik en mijn danspartner. Toen ik uiteindelijk alleen achterbleef op 't laar, verdampte mijn moed in de avondlijke kou. Ik wilde er niet weg, ik had een goede tijd gehad op 't laar. En even snel en wonderlijk als een woelmuis die uit de bosjes zijn knus holletje inspurt,  doorkruisten de woorden mijn gepeins: 'hoofd omhoog, jong persoon.''

En zo had het onzegbare zich via een omweg voorgedaan aan M. Altevree. Hoewel hij het nooit had durven hopen, had hij die dag toch een wegwijzer gevonden, die weliswaar niet, hoewel de naam het laat vermoeden, de weg aangaf. Met het gevoel bevrijd te zijn van een stukje onzekerheid wandelde ik door de tralie van stammen terug naar de weg en van die dag af besloot hij zo nu en dan even een danspasje te wagen, misschien af en toe zelfs eens een noot te fluiten of gedachten te zingen, want wat is dansen anders dan een vreugdevolle manier van wandelen?

2 opmerkingen:

Vlindera zei

Prachtig te lezen. Het is wonderbaarlijk hoeveel aanwijzingen het leven schenkt, als we het maar door hebben.

M. Altevree zei

Het stemt me om drie redenen blij dat je deze reactie achterliet.

De eerste omdat het een compliment is dat je schreef 'Prachtig te lezen'.

De tweede omdat je het blogbericht gelezen hebt, want dat is niet vanzelfsprekend bij zulke lange wappers.

De derde omdat ik gehoopt dat je ooit eens een reactie zou achterlaten hier (want ik ben je al op vele blogs tegengekomen).