16 februari 2010

In de ban van God

Zeven februari hoorde ik er voor het eerst van. Net voor de kennismaking met God's ban, waaide een zwak, verstrooid briesje over, tussen en onder alles wat geen lucht was. Op het moment van de waarheid flitste een regenboog aan het gehemelte, gevolgd door een knal van een donderslag die de stilte in duizend stukjes brak en op de scherven weerkaatste tot in de verste uithoeken. Zoals een landtong brak geraas lijkt uit te spuwen, zo rolde over de rug van de donderslag een zware stem naar benee. Hij was even gebroken als de stilte en even verontwaardigd als de zee die op de landtong inbeukt en blijft inbeuken. De hemel was die dag helderder dan ooit, want nooit was God meer zichtbaar geweest.

Zijn betoog klaagde de bantoestanden aan en het antiïsme tegen de fundamentele wetten van gelijkheid en individualisme. Grote woorden die luid klonken, maar alleen gehoord werden door de mensen die dag geen oorstopjes in hadden. De boodschap was echter in het bijzonder gericht tot zijn evenknie, Meneer De Paus en zijn onderdanigen.

God
'Vanwaar haalt gij de gedachte 
dat gij anderen moogt banaliseren tot verdoemenis?
Gij moest beschaamd zijn om uw doen en om uw laten. 
De mens is zoveel meer dan verdoemd. Bovenal is hij gezegend, 
met de meest uiteenlopende vaardigheden, niet in het minst 
zijn vingervlugheid en het toeval, dat hem steeds weer 
nieuwe kansen toewerpt.'

Meneer De Paus
'De witte wolken aan de hemel belemmerden me de boodschappen,
die u stuurde, goed waar te nemen.'

'Ach, zeg gerust 'je'. En doe geen moeite je er uit te lallen; 
de mond, van diegene wiens ogen opengaan, vertoont 
terzelfdertijd stuiptrekkingen van domme uitspraken, 
zoals ze voordien steeds door hemzelf werden gemaakt.

'Maar ik ben toch niet de enige die schuldig is
aan domme uitspraken? Wat met de onderdanigen,
wat gedaan met M. Ohammedaans onderdanigen?'

'Alleen jij, niet ik, spreekt van schuld, want je fouten beginnen 
je te dagen. Aanvaarden vergt veel adem, het is een lang proces.
Maar dan wel een proces zonder schuld met als enige rechter jezelf.'

Er werd nog veel meer gezegd, maar halverwege geraakte ik de draad kwijt, toen ik me afvroeg of dit wel echt kon zijn. Ik had maar wat graag gewild dat het echt was. Ik geloof nu dat ik er toen nog niet klaar voor was. En waarin je gelooft bepaalt veel meer dan wie je god is. Geloof me nu maar.

2 opmerkingen:

Vlindera zei

Het zou mooi zijn als God zo de menselijke manier zijn stem liet horen. De mens aanspreken op zijn gedrag, de confrontatie aangaand maar ja, misschien zou er dan iets anders zijn waar we in geloofden omdat God dan al werkelijk was geworden.

M. Altevree zei

Ik geloof nochtans ook in iets, ook al is het werkelijk of juist omdat het werkelijk is (: